Voogdij
Een voogd is iemand die het gezag uitoefent over een minderjarig kind omdat de ouders overleden zijn of niet in staat zijn dat gezag uit te oefenen.
De voogd
Een voogd moet ouder zijn dan 18 jaar en mag niet onder curatele staan of aan een geestelijke stoornis lijden. Een voogd is dus in de meeste gevallen een persoon, maar het kan ook zijn dat het Bureau Jeugdzorg of Stichting Nidos tot voogd benoemd wordt.
Testamentaire voogdij
Als ouder kun je zelf 1 of 2 personen aanwijzen als voogd voor je minderjarige kind. Je kunt dat laten opnemen in je testament. Een voogd is meestal een familielid, maar kan bijvoorbeeld ook een goede vriend zijn. De aangewezen voogd hoeft overigens niet de voogdij op zich te nemen als hij dat echt niet wil. De kinderrechter benoemt dan een ander geschikt persoon.
Voorlopige voogdij
De kinderrechter kan voorlopige voogdij opleggen wanneer de ouders de verzorging en opvoeding van de kinderen niet aankunnen. Dit gebeurt alleen op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming of van de officier van justitie als de belangen van een kind ernstig worden bedreigd.
Het Bureau Jeugdzorg krijgt het gezag over het kind. Hierna moet de Raad voor de Kinderbescherming binnen zes weken een verzoek indienen bij de kinderrechter voor een definitieve gezagsvoorziening of voor een ontheffing van het ouderlijk gezag. Als de Raad geen verzoek indient, vervalt de voorlopige voogdij en krijgen de ouders het gezag terug. Als er wel een verzoek is ingediend, neemt de kinderrechter hier een beslissing over.
Als ouder hoef je het natuurlijk niet eens te zijn met de uitspraak van de kinderrechter. Je kunt hiertegen in hoger beroep gaan. Voor deze gerechtelijke procedure heb je een advocaat nodig.

